Welkom.
Wees welgekomen.
Voel je welkom.
Je bent welkom.
Wel-kom.
Welkom.
Stilstaan.
Tijd. Voortgaan. Stroom. Meenemen. Op weg. Stilstaan bij de tijd.
Voel je welkom.
Je bent welkom.
Wel-kom.
Welkom.
De tijd? Eindelijk heb ik tijd. Eindelijk? Tijd, de tijd, 24uur in 1dag. 7dagen in 1week. En ik heb geen tijd? Niemand heeft tijd? Tijd moeten we maken. Vrijmaken. Vrijmaken voor te ontspannen tussen het drukke leven. Even stilstaan. Rust. Rusten. Rusten en de tijd er voor nemen, niet altijd voort willen gaan. Voort gaan in de stroom. De mensenstroom. De stroom van de tijd. Meegaan, meegaan met de stroom. Meegaan in de tijd. Ik neem je mee. Samen. Samen gaan we op weg door even stil te staan bij het leven. En tijd? Die maken we. We maken de tijd vrij. Door samen stil te staan bij het leven gaan we toch samen op weg door de stroom van de mensen.
Mensenstroom.
Mensenleven.
Levensstroom.
Mensenleven.
Levensstroom.
Ga samen met mij op weg door deze tocht van 'de mens en de medemens', 'de mens en zijn samenleving', 'de mens en zingeving', 'de mens en natuur' en 'de mens en lijden'. Wees welkom en ga samen met mij op weg .